|
|
Avontuurlijk Mozambique! (Het verhaal) |
Voor korte filmpjes van deze vakantie kun je de site van onze vrienden en medereizigers bekijken: |
|
Je vindt mijn foto's van de reis naar Mozambique als je op een van de onderstaande links klikt: |
|
Lekkerbly was de enige reisagent die onze wensen kon en wilde vervullen: Een reis beginnend in Johannesburg en via het Kruger Park met de ‘Landy’ naar Inhambane in Mozambique, waar we een zestal dagen gaan duiken. Daarna zuidwaarts om terug te keren naar Zuid Afrika alwaar we tot even voorbij Durban een aantal duikplaatsen aandoen. Tussendoor pikken we nog wel de Zuid-Afrikaanse parken Hluhluwe Park en St. Lucia Wetlands mee. Dit verhaal gaat over het eerste deel van onze reis en dan vooral over het avontuurlijke, ruige, adembenemende en in ontwikkeling zijnde Mozambique. |
|
Eenmaal aangekomen in Johannesburg, Zuid Afrika, werden we opgewacht door een 3-persoonsdelegatie van Lekkerbly, waaronder onze beide gidsen Reon en Anne. Direct hadden we een goed gevoel over het vervolg van onze reis: ‘Een goed begin is het halve werk’. Dit werd temeer duidelijk bij het zien van ons vervoermiddel voor de komende 23 dagen: een Landrover Defender met aanhangwagen. De aanhangwagen was noodzakelijk omdat niet alleen een voedselvoorraad moest worden meegenomen, maar ook onze (duik-)bagage, waarbij je moet denken aan ca. 30 kg per persoon. Na wat passen en meten kon de aanhanger worden gesloten en zetten we koers naar ons eerste reisdoel: het Krugerpark. Wij hadden namelijk bij onze reisaanvraag aangegeven dat we willen duiken in Mozambique, maar niet willen vliegen vanaf Johannesburg naar Inhambane. Dit omdat we als we met de auto reizen meer van het land zullen zien. Lekkerbly heeft toen al aangegeven dat het dan verstandiger is ‘om je te laten rijden’, vooral ook omdat het (zand-)wegennet slecht is en niet altijd goed aangegeven. Voordeel hiervan is dat iedereen maximaal kan genieten van het landschap en de bevolking. Zo gezegd zo gedaan. Omdat we voor de toegang tot het Krugerpark te laat zouden aankomen was er eerst een onderkomen geboekt net buiten het park in het Impala Inn in Phalaborwa. Na een goed buffetdiner en een heerlijke douche komen we tot rust in een goed bed. Heerlijk, want de reis had tot de Impala Inn ongeveer 35 uur in beslag genomen (Delfzijl-Düsseldorf-Dubai-Johannesburg-Krugerpark). De volgende ochtend gaan we, nadat we nog wat extra proviand hebben ingeslagen, het Krugerpark in. Eenmaal in het park werden we overweldigd door de grote diversiteit aan dieren die we zagen: impala’s, olifanten, giraffen, zebra’s, nijlpaarden, krokodilletje, steenbokjes en vele soorten vogels, waaronder de visarend. Bang om ook maar iets te missen moest alles natuurlijk (meervoudig) gefotografeerd en gefilmd worden. Onze gidsen waren als het ware ook onze rangers en waren, om ons zoveel mogelijk te plezieren, intensief de omgeving aan het afzoeken om enig leven te ontdekken. Het park is in deze periode, september (=winter/lente), nog niet dichtbegroeid en ook is het de droge periode, waardoor het makkelijker is dieren te vinden, zeker bij de ‘waterplaatsen’. Het was echt genieten en de tijd vloog voorbij, zo snel, dat we ons uiteindelijk moesten haasten om bij het Mopani Camp te komen. Mopani Camp is een resort dat is omheind met een hek. Tijdens het vervolg van ons verblijf in het Krugerpark zien we nog vele andere dieren, zoals buffalo’s, wildebeesten (gnoes), rietbok, kudu, nyala, hyena’s, hartebeest (koe-antilope), wrattenzwijnen, bustard (loopvogel) en de Southern Ground Hornbill (zuidelijke grondneushoornvogel). Tijdens ons verblijf in Zuid-Afrika en Mozambique zijn we continu verwend en verrast door de kookkunsten van onze gidsen en dan vooral als Reon zijn specialiteiten op de ‘braai’ (de barbecue) bereidde. Al snel raakten we gewend aan de grote hoeveelheden heerlijk klaargemaakte vleesgerechten, zoals impala stoofpot, ‘droe wors’ en steak van de bil. |
|
Mozambique Na 2 dagen zetten we onze reis voort en gaan we de grens met Mozambique over bij Giyriondo, een grensovergang die nog niet lang open is. De formaliteiten en autocheck nemen volgens de gidsen relatief weinig tijd in beslag (ca. 45 minuten). Het Mozambikaanse gedeelte van het park in Limpopo verschilt duidelijk. De bebossing is veel dichter en het struikgewas gedijt in overvloed, zodat er t.o.v. het Krugerpark niet veel diersoorten voorkomen. We zien tijdens ons steeds ruiger wordende rit nog wel kudu’s en steenbokken, maar meer ook niet. De wegen in het Limpopopark veranderden gedurende de rit steeds meer in ‘echte’ 4x4 zandwegen. De door op de weg gelegde takken aangegeven ‘wegomleidingen’ brachten ons naar een bewoonde omgeving, met karaktaristieke huisjes en een vriendelijke, maar armoedige bevolking. We stappen echter niet uit, omdat de tocht naar Inhambane de nodige tijd zal kosten. Onze eerste stop is bij een dam van een stuwmeer, waar we genieten van de broodjes tonijn die onze gidsen hebben klaargemaakt. Daar herinnert Reon er ons aan dat in Mozambique lange tijd een burgeroorlog heeft gewoed (1977-1992) en dat het onverstandig is om buiten de (voet-)paadjes te lopen vanwege mogelijke aanwezigheid van landmijnen. Regelmatig vergeten wij als naïeve Nederlanders deze waarschuwing en springen vol enthousiasme uit de auto om een foto te maken van weer een prachtige omgeving of vriendelijke en mooie mensen. Vanaf de dam is de weg noordwaarts richting Inhambane verhard. Niet dat dat wil zeggen dat het dan altijd goede wegen zijn, want er zijn stukken waarbij de snelheid vanwege de ‘potholes’ (Zuid-Afrikaans: slaggaten). drastisch moet worden verminderd. Tussen de dutjes door genieten we van het landschap. Langzamerhand zien we in plaats van loofbomen steeds meer palmbomen en weten we dat we de kust naderen. Het is een lange en vermoeiende tocht richting Inhambane en we houden regelmatig een ‘legstretching and toilet stop’. Het deel van Inhambane naar Tofo, Barra Lodge gaat over redelijk goed begaanbare ‘dirtroads’. Ook ’s avonds is het nog druk op en langs deze wegen. Laat in de avond arriveren we in Barra Lodge. |
|
Barra Lodge en Jeff’s Palm Resort In Barra Lodge hebben we een ‘huis’ dat het verste weg ligt van de dive center, maar dat is geen probleem omdat Reon ons de komende dagen met de ‘Landy’ door het rulle zand daar naartoe brengt, wat wil je nog meer. Wel zo makkelijk want de foto- en filmapparatuur van Annemarie en Martin moeten natuurlijk iedere dag heen en weer. Wat opvalt is dat de huizen gesitueerd zijn achter de duinen. Een groot gedeelte van de kust die wij gezien hebben tijdens deze reis (vanaf Tofo, Mozambique tot aan ongeveer Sodwana Bay, Zuid-Afrika) was een prachtige duinenlandschap met soms zeer hoge duinen. Het huis zelf heeft 2 slaapkamers, 2 bedden in het woongedeelte en aan de duinzijde een terras. De gidsen sliepen in het woongedeelte. De bedden zijn goed, maar de matrassen zijn helaas wat ‘muffig’. De hoogst noodzakelijke klamboes en anti-insectenspray, om je te beschermen tegen de alom aanwezig mosquitos, zijn aanwezig. We zijn goed voorbereid en hebben het nodige antimuggensmeersel meegenomen en we slikken antimalaria tabletten. Het is nog geen ‘hoogseizoen’ voor de mosquitos, dus veel zijn het er niet, maar lastig blijven ze wel. Op zaterdagavond hebben we heerlijk gedineerd (buffet) in het restaurant van de lodge. Een zeer geslaagde en goed georganiseerde avond, die opgeleukt werd door een lokale steeldrum- en dansband. Een tip: Als je rum lekker vind, moet je de goedkope Mozambikaanse rum ‘Tipo Tinto’ proberen. Een heerlijke ‘zachte’, karamelachtige, rum, die de Mozambikanen zelf drinken met een soort rode gazeuse, maar die tevens goed smaakt met cola. Het weer is goed, maar winderig, en ’s avonds koelt het flink af en moet je dikkere kleding dragen. Het is de maand september en het is hier dan nog steeds ‘winter’. Het is wel het droge seizoen, maar tevens de maand met gemiddeld de meeste wind. Het is ook de maand dat er veel bultrug walvissen nabij de kust van Tofo zijn. De wind begint tegen de middag altijd heviger te worden. Na ons verblijf in Barra’s Lodge zijn we ook nog drie dagen bij Jeff’s Palm Resort geweest. De zandwegen vanaf Inhambane naar Jeff’s zijn ruiger en de omgeving is imponerend. Rijdend door het duinlandschap komen we langs gehuchtjes en schitterende ‘wetlands’. Jeff’s ligt meer zuidwaarts en dichter bij het Mantareef. De apartementjes (cabana’s) zijn prachtig bovenop de duinen gesitueerd en hebben een woongedeelte met keuken, 2 slaapkamers en een douche-/wasruimte met daarin een toilet. Onze gidsen hebben hier een eigen cabana, die tevens diende als ons privé restaurant. Ook hier brengt onze gids ons met de nodige apparatuur van en naar het duikcentrum. ’s Ochtends ontbijten we in het restaurant bij het duikcentrum. Bij Jeff’s is een supermarktje waar, naast de gebruikelijke artikelen zoals brood, melk en kaas, tot ons geluk ook onze favoriete rum te koop is. |
|
Duiken bij Tofo Het moge duidelijk zijn: wij komen natuurlijk voor de manta’s en eventueel voor de walvishaaien, want er is hier volgens verhalen en reclame een zeer grote kans dat je die hier ziet, en dan met name op het zogenaamde Mantareef. Tot onze grote teleurstelling zien we deze niet, ook niet elders tijdens deze vakantie. Dit kwam natuurlijk in de eerste plaats omdat ze er tijdens onze duiken op Mantareef niet waren en in de tweede plaats omdat we dagen hadden dat we vanwege de harde wind en de hoge golven niet naar het rif konden, heel jammer. Het duiken is goed georganiseerd: goede briefings, stalen 12 liter tanks met DIN of INT aansluiting. Er wordt gedoken vanaf grote zodiaks (capaciteit ca 12 duikers) die altijd vanaf het strand vertrekken. Meestal moet je als duiker meehelpen om de zodiak het laatste zetje te geven om in zee te komen en het in de goede richting te duwen. Daarna moet je snel de zodiak in en moet je je gereed maken voor de meest risicovolle activiteit van de boottocht: de breking van de golven doorkruisen. De schippers zijn ervaren en volgen nauwkeurig de hoge breekgolven en kiezen het meest veilige moment om uit te varen. Soms onderbreekt de schipper een poging en probeert het nogmaals, maar meestal lukt het de eerste keer. De schipper wil ten allen tijde voorkomen dat de zodiak omslaat. Slechts een keer tijdens deze vakantietrip hebben we de ‘volle mep’ over ons heen gehad en stond de zodiak vol water. De tocht met de zodiak naar Mantareef vanaf Barra was ongeveer 45 minuten, vanaf Jeff’s ongeveer een kwartier. Natuurlijk liggen niet alle riffen zo ver weg. Vaak is de trip ongeveer 15 minuten. Tegen de wind en golven is het soms een hele oncomfortabele en vermoeiende tocht. Wat echter veel goed maakte, was de veelvuldige aanwezigheid van dolfijnen en bultrug walvissen. Een paar keer hebben we van dichtbij mogen genieten van de walvissen. Als je de zee volgde zag je constant de ‘fonteinen’ van de uitblaas van de walvissen en/of de staarten die hoog boven het wateroppervlak uittorenden. Een enkele keer hebben we ‘springende’ walvissen (vooral jongere) gezien. De ‘zingende’ walvissen zorgen bij vele duiken voor een prachtige achtergrondmuziek. Natuurlijk hadden ze ons mogen verrassen met een ‘close encounter’, maar ja, je kunt niet alles hebben in het leven. Er wordt met een gids gedoken. Via een boei die de gids ‘meesleept’ kan de schipper de duikgroep volgen. Het is dus zaak niet te ver van elkaar te duiken. Er werd goed rekening gehouden met Annemarie, die fotografeerde, en met Martin, die aan het filmen was. De duikstekken waren vaak overzichtelijk (en klein) en het zicht goed (10 meter of meer), dus je raakt elkaar niet snel kwijt. Je duikt in een rotsachtige omgeving met af en toe wat plekken met harde en zachte koralen. Soms was er sprake van een sterke oppervlaktestroming, maar eenmaal onder water hadden we nauwelijks last van stroming. Wel van deining, soms op wel 15 meter diepte. Tijdens de duiken zien we regelmatig grote baarzen (o.a. de ‘potatocods’), octopussen, sepia’s, pijlinktvissen, scholen vis (grootoogbaarsjes, grootoogsnappper, vlaggenbaarsjes, barracuda’s), murene’s (w.o. de grote netmurene), sidderroggen, pijlstaartroggen, een gitaarrog, krokodilvissen, hagedisvissen, egelvissen, schorpioenvissen, koraalklimmers, koraalduivels, wimpelvissen, koraalvlinders, anemoonvissen, de spaanse danseres en een grote groene gevlekte hengelaarsvis. Opvallend en tot ons groot genoegen was de aanwezige fauna voor de macrofotografie: vele soorten naaktslakjes, platwormen, bladvissen (witte, bruine en roze), zeegras spookfluitvissen (groene en bruine), ringoogkoraalklimmer, (poets-) garnalen, krabbetjes en vijlvisjes. Spectaculair is de terugkomst op het strand met de zodiak. De schipper neemt een ‘aanloop’ en stormt, nadat hij op het allerlaatste moment de motor afzet, in volle vaart het strand op, waarna de zodiak abrupt tot stilstand komt. Geweldig, maar wel heel goed vasthouden. |
|
De omgeving van Tofo en Inhambane
Het imponerende duinenlandschap reikt tot diep landinwaarts. Het heuvelachtige landschap met bijna onbegaanbare zandweggetjes, wordt afgewisseld met soms langgerekte vlaktes, de zogenaamde ‘wetlands’. De weg van Barra naar Inhambane is een redelijk begaanbare brede ‘dirtroad’, die door de roodoranje kleur een mooie contrast vormt met het landschap. De omgeving wordt opgesierd door de vele palmbomen en de cassaveplanten die worden geteeld door de lokale bevolking. De cassaveplant is een eetbare wortelknol die snel groeit en goed bestand is tegen de droogte en de zandgrond. In Mozambique worden ook de eiwitrijke bladeren geplukt en gegeten. De mensen wonen in eenvoudige, soms vervallen, houten en lemen huisjes met daken van palmbladeren. Ondanks de blijkbaar armoedige omstandigheden zijn de mensen vriendelijk en zwaaien de vrolijke kinderen ons uitbundig toe. Een tocht over de smalle weggetjes landinwaarts naar de ‘wetlands’ is indrukwekkend en zeer de moeite waard. Opeens kan het ‘midden in de rimboe’ druk bezaait zijn met kinderen, omdat de ‘primary school’ net uit is. Over de smalle looppaadjes vervolgen de kinderen en hun leraren hun soms lange tocht naar huis. Wat opvalt is dat het zware draagwerk vaak wordt gedaan door de vrouwen. Argeloos lijken ze de zware ballast op hun hoofd te vervoeren. Zelfs als ik vraag om ze te fotograferen lijken ze zich niet te storen aan het gewicht. Als ik het digitale resultaat op het display van de camera laat zien, barstten de mensen veelal in lachen uit. Uit onzekerheid en/of omdat ze nog nooit een foto van zichzelf gezien hebben. Dichter bij Inhambane en andere stadjes wordt er vaker gevraagd om geld. Sommigen zijn er van overtuigd dat je ‘hun’ foto verkoopt in het westen. Inhambane is een kuststadje in ontwikkeling met weinig bezienswaardigheden, enkele koloniale gebouwen en een in aanbouw zijnde boulevard. Ergens achteraf bij een kerkje en een ‘rustplaats’ van een auto en bus staat nog een standbeeld dat herinnert aan de Portugese kolonisatie. De markt is een leuk uitstapje. |
|
Naar Maputo en Punto Malongane
Onze tocht zuidwaarts richting Maputo is lang en vermoeiend. We overnachten in Casa Lisa, een stop-over accommodatie niet te ver van Maputo met gezellige, kleine en goedverzorgde tweepersoonshuisjes. In de nok van de daken van de huisjes huisvesten vleermuizen en vangen de aanwezige gekko’s (hopelijk) de mosquitos af. In de bar is het goed toeven en is de John Cleese-achtige eigenaar Bruce een prettig gezelschap. Goed uitgerust beginnen we de volgende dag aan de laatste etappe in Mozambique. Het reisdoel is Punta Malongane, niet te ver van de grens met Zuid-Afrika. Hier zullen we op aanraden van onze gidsen ook nog twee duiken maken. In Maputo zullen we ‘de pas gaan afsnijden’ door een oversteek te maken met de veerboot. Bij het boeken van onze reis had onze gids ons al gewaarschuwd met de woorden “die is nooit nie op schedule nie”. Een mooi vooruitzicht, dus zijn we vroeg bij de weg. In de voorsteden van Maputo is het een drukte van jewelste. Langs de weg zie je kleine zaakjes en kraampjes, die bijv. auto-onderdelen, levensmiddelen, brandstof en loten verkopen. Ook zijn er markten. Vanwege de tijdsdruk kunnen we helaas niet stoppen. In het centrum van Maputo kun je genieten van het prachtige treinstation dat is ontwikkeld door Eiffel (jawel die van de Eiffeltoren) en het gerestaureerde oude Portugese fort. In het fort vind je mooie beelden en kanonnentuig. Als we bij de steiger van de veerpont aankomen blijkt de drukte mee te vallen. Ook hoeven we niet lang te wachten op de aankomst van de oude en roestige veerboot. Veel plaats lijkt er niet te zijn voor de auto’s en kleine trucks, maar het lukt de bemanning toch om 12 voertuigen te bergen. Ook gaat het redelijk georganiseerd en wordt rekening gehouden met het type auto en de grootte ervan. Naar het lijkt worden, naast de nodige levensmiddelen, ook complete huisraden verscheept. Ondanks de roest ziet het schip er redelijk betrouwbaar uit, zeker als je het vorige schip voor schroot ziet liggen aan de overkant. De overtocht is maar 15 minuten. Op de markt aan de overkant kopen we nog wat brood en fruit voor onderweg in en kijken we met verwondering naar een bus die overladen wordt met mensen en bagage. Met diezelfde verwondering hebben Mozambikanen ons aangekeken als we ze weer eens geen lift gaven terwijl er ‘maar’ zes mensen in de auto zitten. De weg vanaf deze markt naar Punto Malongane verandert zienderogen van een harde gravelroad in een zeer moeilijk te berijden zandweg. Om niet vast te geraken, worden alle banden weer ontlucht tot ca. 1 bar. Dat de weg niet ongevaarlijk is, bleek uit een pechgeval van een Zuid-Afrikaan. Hij was even de controle kwijtgeraakt en daarbij ook bijna letterlijk een van zijn wielen. Helaas konden we de schade niet verhelpen, omdat het materiaal en de gereedschap ontbrak, maar we hebben later wel voor hulp kunnen bellen. We hopen dat alles goed is afgelopen. Langs de weg, zien we net als op vele andere plaatsen in Mozambique, dat een vrouw gras en ander afvalhout van haar land in brand steekt. Zo wordt het land geschikt gemaakt voor de landbouw. De vrouw tussen de branden, smeulen en de dichte rookwolken geeft een mystieke dimensie aan dit tafereel. Tegen de avond arriveren we in Punto Malongane. Hier overnachten we in simpele chalets, met daarin twee bedden. Het toilet- en douchegebouw ligt gelukkig dichtbij. Na de duikbriefing bereiden onze gidsen het avondeten in de algemene kookruimte van het park. Vanuit het barretje boven het duikcentrum genieten we, onder het genot van een voorgerecht en een borrel, van het uitzicht op de duinen en de zee. Omdat we de volgende dag onze reis naar Zuid-Afrika vervolgen verrassen de gidsen ons na de maaltijd met een Zuid-Afrikaans toetje: een ‘Springbokje’. Dit is een klein glaasje gevuld met een mintlikeur en Amarula (= een koffielikeur). Het opdrinken gaat gepaard met een ritueel, waarbij we ‘onderwezen’ worden om ons vanwege de mogelijke gevaren en het onverwachte te gedragen als een springbok die water gaat drinken. Met de vingers als horens langs het hoofd verkennen we de omgeving nauwlettend en reageren schrikachtig op de dreigende signalen van die omgeving. Dan, als de kust veilig lijkt te zijn, pakken we het glaasje en drinken het in een teug leeg. We hebben het overleefd. De manier van duiken bij Punto Malongane is gelijk aan de eerdere duiken. De branding was wel heftiger en de golven hoger. Wederom zien we grote baarzen (de potatocod), pijlinktvissen, sepia’s, een octopus, een enorme netmurene en scholen vis. Het weer was omgeslagen; het was koud ca 14°C en regenachtig, en we hadden dan ook na het duiken moeite onszelf weer op te warmen. ’s Middags zijn we over ‘the mainroad’, die niet meer was dan een veredelde zandpad, naar Zuid-Afrika gereden.
Een afscheid van Mozambique in stijl. |
|
|
|
![]() |
![]() |